Beste Sanseverianen,
Voor het laatste café van dit seizoen bezochten wij een parelen des zuidens: ‘Café Biljart de Valk’. Gelegen temidden eener beruchte wijk, alwaar meer geruchten en intriges de ronde doen dan dat er lieden rondstruinen. Doch vonden wij hier een warm onthaal en een gezellige drukte.
Elk vervoermiddel werd gebezigd om onze einddoel te bereiken. De eene Sanseveriaan kwam te voete, den andere gebruikte de stoomlocomotief. Dan wederom anderen kwamen aangewaaid op den vélo. Sommigen tartten zelfs de wet door eene nachtelijke koerier aan te stellen.
Philips, ons ploegske, moest deez avond spelen en er waren al vele toejuichers, die al tijden in de Valk afspreken voor den strijd. Ook zat er eene grijsogende man op de hoek der toog; hij was allicht beschonken en welgemoed. Hij wist ons te verhalen dat hij de eigenaar is van het pand uit 1916, en hij het had gekocht opdat het open kon open blijven.
Eenmaal wij uit de startblokken schoten, werden er straffe vertellingen gedaan aan de lange tafelen, met zware en massieve stoelen. Deze werden doortrokken van luisterende ooren. Er werden ook gretig gebruikt gemaakt van het gokkasje, waar de dromen van meters hoge sanseverias en Perzische tapijten de verlokking niet konden weerstaan.
Andere waagde zich aan het uitdagen van de lokale helden in een potje biljart. De cues werden flink getoept en een blauwe stof dwarrelde de hele avond door het café. Carla onze de uitbaatster des cafés nam onzen prijs gul in handen; zij was zo fier als een pauw. Wij lieten ook eene gulle fooi achter, want: De wereld mag wellicht vergaan, doch het bruincafé, dat blijft eeuwig bestaan!
Reactie plaatsen
Reacties